Indianen in de gevangenis

 

In de Verenigde Staten zitten momenteel twee miljoen gevangenen
een straf uit: tijdelijk, levenslang of ter dood veroordeeld. Jongeren
die uit een kansarm milieu komen gaan voor drugs delicten naar de
gevangenis. Rijke jongeren die een zelfde misdrijf plegen gaan naar
privé behandelingscentra. De helft van de gevangenen is jonger dan
30 jaar, en werd meestal opsloten voor drugdelicten. Er is echter geen
 geld voor programma's ter behandeling van drugsproblemen. Het geld
wordt gebruikt om nieuwe gevangenissen te bouwen en personeel
te betalen. 

Aangezien veel Indiaanse jongeren uit de zogenoemde kansarme milieus
komen (armoede, drank en drugsmisbruik) zitten veel Indianen in de
gevangenis voor diverse misdaden. De Indianen zijn op zich een kleine
groepering in Amerika, maar zijn de op een na grootste groepering in
de gevangenissen! Uit statistieken blijkt dat ruim 700 op de 100.000
Indianen gevangen zit.

Pauline Sullivan van CURE (staat voor: Citizens United for Rehabili-
tation of Errants): "gevangenen in de US worden gerecycleerd. Gevange-
nissen bouwen doet de criminaliteit niet stoppen, integendeel. Het pro-
moot de misdaad. Cijfers spreken voor zich: dertig jaar geleden be-
droeg het aantal gevangenen in de VS 300.000. Vandaag: 2 miljoen...."

Len Foster, woordvoerder voor Indiaanse rechten en gevangenen, 
maakte mei vorig jaar deel uit van een delegatie van het IITC. 
(International Indian Treaty Council) dat de U.N. in Genève be-
zocht. Hij legde een getuigenis af voor de "U.N. Wereldconferen-
tie tegen Racisme, Raciale Discriminatie, Xenophobia en Onver-
draagzaamheid". Volgens Foster bestaat er in de VS niet alleen
racisme en worden religieuze rechten van Indiaanse gevangenen
geschonden, ook de staats- en federale overheden werken de wan-
toestanden in de hand en treden er amper tegen op. Foster is Di-
neh en stichtte het 'Navajo Prison Project'. Deze organisatie
heeft als doelstelling: 'het helpen respecteren van de religieu-
ze rechten van Indiaanse gevangenen.' Schendingen van die fun-
damentele rechten zijn in strijd met de VS grondwet, die er zou
moeten voor zorgen dat vrijheid van religie en het beoefenen er-
van gewaarborgd zijn. De realiteit is soms heel anders. Tussen
racisme, onverdraagzaamheid en opsluiting van Indianen is een 
duidelijk verband. Bijna elke Indiaan wordt in zijn leven gecon-
fronteerd met het gevangeniswezen, hetzij persoonlijk of via een
familielid dat een gevangenisstraf uitzit. "De Indiaanse bevol-
king wordt niet vrij geboren" aldus Foster.

Het aantal Indiaanse gevangenen is verontrustend hoog. Deze men-
sen 'behind bars' beschikken over kostbare culturele en religi-
euze kennis die ze door hun gevangenschap niet kunnen doorgeven
aan hun familie en gemeenschap. Racisme, armoede, alcohol en
drugsmisbruik vormen de cocktail voor het disproportioneel hoog
aantal Indiaanse gevangenen. In de staten Montana en Zuid Dakota
bedraagt het aantal Indiaanse gevangenen 35 tot 40% van de ge-
vangenis bevolking. In New Mexico en Arizona is dit 1 tot 3%,
een beduidend lager cijfer, maar nog hoog in verhouding tot het
aantal Indianen dat in deze staten woont. De rehabilitatie van
Indiaanse gevangenen. De mogelijkheid tot het beoefenen van de
traditionele religie, gebeden en zweethutceremonies en het tra-
ditioneel dragen van lang haar, zijn van essentieel belang voor
de rehabilitatie van de Indiaanse gevangenen. Zuiveringsceremo-
nies in de ge-vangenis hebben reeds bewezen dat ze het gedrag
van de gevangenen op een positieve manier beïnvloeden. Toch blij-
ven nog veel staats- en federale gevangenissen systematisch de
Indiaanse religieuze ceremonies verbieden, of handhaven strenge
regels. Al te dikwijls worden veiligheidsmaatregelen aangehaald
om het verbod te verantwoorden, en dit ten onrechte. De ter dood
veroordeelde Indiaanse gevangenen hebben nog meer dan anderen
nood aan traditionele spirituele begeleiding. Christelijke bege-
leiding en gebeden worden nooit aan ter dood veroordeelden ont-
zegd vóór de executie. Indiaanse rituelen, gebeden en begeleiding 
daarentegen worden meestal niet toegelaten. Een schrijnend voor-
beeld hiervan is de zaak "Darrell Young Elk Rich". Op 15 maart
2000 werd Rich geëxecuteerd in de San Quentin gevangenis in de
staat Californië. De gevangenisdirectie weigerde om in te gaan
op het verzoek van Rich om een zweethutceremonie te houden vóór
hij zou geëxecuteerd worden. Na protest werd de beslissing voor
deze weigering bekrachtigd door de US District en Federale recht-
bank. Zelfs het Hoger Gerechtshof werd ingeschakeld om de beslis-
sing teniet te doen. Deze instantie weigerde echter de zaak ter
herzien. Daarmee was het doek definitief gevallen in de zaak Dar-
rel Young Elk Rich, die enkel vroeg om volgens de tradities van
zijn voorouders begeleid te worden op weg naar de dood. Volgens
Foster is het handhaven van onderscheid in het al dan niet mogen
beoefenen van een godsdienst, zuiver gebaseerd op racistische mo-
tieven. Ondanks meerdere vergeefse pogingen om de Indiaanse reli-
gie toe te laten in gevangenissen, blijft Len Foster zich inzetten
voor de rechten van Indiaanse gevangenen. Deze problematiek be-
sprak hij, juni 2002 met vertegenwoordigers van de mensenrecht-
enafdeling van het Ministerie van Justitie in Washington.

Leonard Peltier


De Zaak Leonard Peltier In Vogelvlucht

In 1976 werd deze Indiaans leider, op basis van gefabriceerd be-
wijsmateriaal door Canada aan de V.S. uitgeleverd. Na een omstre-
den rechtszaak werd hij vervolgens, beschuldigd van moord op twee
FBI-agenten, veroordeeld tot tweemaal levenslang. Momenteel ver-
blijft Peltier in de Leavenworth gevangenis in Kansas. Sinds zijn
veroordeling in 1977 heeft Peltier getracht zijn rechtszaak her-
opend te krijgen. In die strijd wist hij zich gesteund door vijf-
envijftig congresleden in de V.S, zestig parlementsleden in Canada
en sinds mei 1994 ook door 48 leden van het Nederlandse parlement.
Vele prominenten, waaronder Desmond Tutu, Jesse Jackson, de Aarts-
bisschop van Canterbury hebben zich bezorgd getoond over de rechts-
gang. Artiesten als Willie Nelson, Jack Lemon, Little Steven, Joni
Mitchell, Jackson Brown, Whoopi Goldberg, Kris Kristofferson en Ro-
bert Redfort hebben Peltier hun onvoorwaardelijke steun toegezegd.
Amnesty International heeft zich ernstig bezorgd getoond over de
rechtsgang en heeft in 1985 al verklaard dat "het recht alleen kan
worden gediend wanneer de rechtszaak wordt heropend". In de tach-
tiger jaren werd in navolging van westerse pogingen Sharansky en
Sacharaov vrij te krijgen, bij wijze van "koekje van eigen deeg"
in de Sovjet Unie dertien miljoen handtekeningen verzameld voor
een petitie waarbij er bij het Witte Huis op werd aangedrongen de
rechtszaak te heropenen. Vanwaar deze internationale bewogenheid?
Is Leonard Peltier, ook wel de Indiaanse Nelson Mandela genoemd,
willens en wetens onterecht veroordeeld? En zo ja, waarom? Het ant-
woord ligt besloten in de gebeurtenissen die zich op het Pine Rid-
ge reservaat in South Dakota afspeelden na de bezetting van Woun-
ded Knee in 1973.

In 1973 werd onder leiding van de American Indian Movement (een In-
diaanse equivalent van de Black Panther Party) het dorpje Wounded
Knee, op het Pine Ridge-reservaat in South Dakota, demonstratief be-
zet. Het protest richtte zich tegen zowel de stamraad als de Ameri-
kaanse overheid, die weigerden actie te ondernemen tegen de heersen-
de discriminatie en rechtsongelijkheid.De toenmalige stamraadvoorzit-
ter, Dick Wilson, een halfbloed die weinig op had met het traditio-
nele deel van de Indiaanse bevolking, had bovendien tijdens de raads-
verkiezingen een burgerwacht in het leven geroepen, die de bewoners
van het reservaat op weinig zachtzinnige wijze intimideerden. De bur-
gerwacht, GOON's genaamd, bestond overwegend uit halfbloed-Indianen
en blanken die op het reservaat woonden. Tijdens de bezetting, waar-
bij FBI en GOON's zijden mensen gewond, maar mede dankzij de ruime
aandacht die de wereldpers schonk aan de Indiaanse zaak, werd de be-
zetting na tweeëneenhalve maand op tamelijk vreedzame wijze beëin-
digd. Daarna echter, buiten het blikveld van de media, brak op het 
Pine Ridge reservaat de hel pas goed los. De GOON's en FBI leefden 
sinds de bezetting op uiterst gespannen voet met een groot deel van
de reservaatbewoners. In de drie jaar die volgden werden op dit re-
servaat, met plm. 8.000 bewoners, tenminste zestig Indianen, met
name traditionele leden van de American Indian Movement, vermoord.
De U.S.Commission on Civil Rights ontving een groot aantal klachten
omtrent het FBI optreden en het gebrek aan medewerking van de FBI
om de doodsoorzaak van de slachtoffers te onderzoeken. Ondanks het
grote aantal FBI-agenten, dat sinds de bezetting op en rond het re-
servaat was gestationeerd, gebruikte de FBI het argument dat "er te
weinig man kracht was".

DE SCHIETPARTIJ

Een groot deel van de bewoners van het reservaat voelden zich on-
veilig. Na de zoveelste aanslag riep de familie Jumping Bull in
juni 1975 de hulp in van een aantal AIM-activisten. De AIM richtte
daarop een kamp in op het afgelegen grondgebied van de traditionele
Jumping Bull's. Enkele weken bleef het rustig, maar rond het middag-
uur van de 26e juni 1975 reden twee onbekende auto's het gebied bin-
nen, tot vlakbij het kamp. Naderhand zou blijken dat de voertuigen
werden bestuurd door twee FBI agenten, Jack Coler en Ronald Willia
bij zich zouden hebben. Jimmie werd beschuldigd van diefstal van een
paar laarzen.Een vergrijp overigens waar de plaatselijke politie zich
over zou moeten ontfermen en niet de Federale overheid. Volgens In-
diaanse getuigen begonnen de agenten zonder enige aanleiding te schie-
ten en lokten zodoende een schietpartij uit. De FBI verklaarde daaren-
tegen dat de twee agenten door de leden van het kamp werden beschoten.
Kennelijk voorbereid op een escalatie, kregen de twee agenten binnen
een kwartier assistentie van een "toevallig" in de buurt oefenend SWAT-
(Special Weapons And Tactics) team, alsmede van FBI-collega's, en van
de plaatselijke politie. Er ontstond een massale schietpartij die zes
uur zou duren en waarbij uiteindelijk de twee FBI-agenten en een Indi-
aan, Joe Stuntz Killsright, het leven lieten. Aan het eind van de mid-
dag wisten de leden van het kamp de omsingeling van Federale en plaat-
selijke politie te doorbreken en vluchtten naar het nabijgelegen Rose-
bud-reservaat. De toch al aanwezige spanning tussen de bewoners van
het Pine Ridgereservaat en de FBI was sinds de bezetting van Wounded
Knee niet zo intens voelbaar geweest. 

 EEN MASSALE KLOPJACHT

In de dagen die volgden, werd door een zwaar bewapende FBI en met be-
hulp van vliegtuigen, helikopters, APC's (Armored Personnel Carriers)
een massale klopjacht op de gevluchte Indianen georganiseerd. Afgele-
gen huizen werden door, per helikopter aangevoerde FBI-agenten, be-
stormd. De families werden op schandalige wijze behandeld. In veel
gevallen moest ook de inventaris het ontgelden. Kinderen en bejaard-
en werden bedreigd en geïntimideerd, waarbij een oude man onder het
geweld bezweek aan een hartinfarct. In een protestbrief in juli 1975
aan de Procureur Generaal van de V.S. noemde de voorzitter van de U.S.
Commission on Civil Rights, Arthur J. Flemming, het gedrag van de FBI,
een "full-scale military type invasion". Hij verwoordde in de brief
tevens de boosheid en verontwaardiging van de Indiaanse bevolking,
"die er zich terdege van bewust was dat dergelijk gedrag ook niet zou
worden getolereerd in niet-Indiaanse gemeenschappen", en " dat vrijwel
niets is gedaan
om de talrijke moorden op het reservaat op te lossen,
gespaard om "troepen" vanuit het hele land aan te voeren". De klopjacht,
die dagenlang, 24 uur per dag doorging, bracht niets aan het licht. 

VRIJSPRAAK 

Op 25 november 1975 werden uiteindelijk vier mensen aangeklaagd
wegens moord met voorbedachte rade. Drie van hen, te weten Jimmy
Eagle, Dino Butler en Bob Robideau, konden worden gearresteerd.
De vierde, Leonard Peltier, verbleef op dat moment in Canada. In
afwachting van een uitleverings procedure werd Peltier, die be-
schouwd werd als één van de leiders van de AIM (American Indian
Movement) op verzoek van de Amerikaanse autoriteiten in Canada
gearresteerd en gevangen gezet. Intussen werd de aanklacht tegen
de drie andere verdachten behandeld door een rechtbank in Cedar
Rapids, lowa. De aanklacht tegen Jimmie Eagle werd bij gebrek aan
bewijs ingetrokken. De andere twee werden door de jury, die de te-
genstrijdige verklaringen van de FBI en de gespannen situatie op
het reservaat in haar overwegingen betrok, vrijgesproken op grond
van zelfverdediging. De bij de uitspraak aanwezige FBI-agenten wa-
ren zichtbaar aangeslagen. Naderhand zou blijken dat de frustra-
ties na deze, voor de FBI onverkwikkelijke uitspraak, zich zouden
concentreren in de aanklacht tegen Peltier, die op dat moment nog
in een Canadese gevangenis verbleef.

SCHIJNPROCES

Aangezien ook tegen Peltier geen legaal bewijsmateriaal voorhand-
en was, werd een Indiaanse vrouw, Myrtle Poor Bear, door de FBI
gedwongen drie (verschillende) voor Peltier belastende getuigen-
verklaringen af te leggen. Op grond van één van deze getuigenver-
klaringen, waarin zij zegt dat Peltier de agenten van nabij heeft
doodgeschoten, heeft Canada Peltier in februari 1976 aan de V.S.
uitgeleverd. Naderhand heeft de V.S. toegegeven onrechtmatig te
hebben gehandeld jegens Canada. Intussen echter zat Peltier in
de V.S. en kon worden berecht. Hoewel de rechter in Cedar Rapids,
Judge McManus, nog steeds belast was met deze zaak, werd door de
overheid de rechtszaak in handen gegeven van een andere rechter,
Judge Benson, en werd de rechtszaak overgeheveld naar de plaats
Fargo in Noord Dakota. Onder invloed van de nieuwe rechter ont-
stond een rechtsgang, die sterk verschilde van die van Cedar Ra-
pids. Met de vrijspraak van de drie andere aangeklaagden nog vers
in het geheugen, werd de advocaten van Peltier vergaande restric-
ties opgelegd en mochten geen gegevens uit de rechtszaak van Cedar
Rapids ter verdediging worden aangevoerd. De rechter leek duide-
lijk op de hand van de FBI. Door de beperkingen kon de jury geen
kennis nemen van de gespannen situatie op het reservaat en de rol
van de FBI daarin. Een FBI-agent, die in Cedar Rapids tegenstrij-
dige verklaringen had afgelegd, werd door Judge Benson niet toe-
gestaan te getuigen. De rechter weigerde voorts het verzoek van
de advocaten in te willigen om Myrtle Poor Bear, die inmiddels 
spijt had van haar valse verklaring,als getuige op te roepen. Zij
zou te labiel zijn om als geloofwaardig getuige te kunnen optreden,
aldus de rechter. Na een proces, dat door velen werd betiteld als 
schijnproces, achtte de jury Peltier schuldig aan moord met voor-
bedachte rade en werd hij door de rechter tot twee maal levenslang
veroordeeld. Het belangrijkste bewijsstuk dat tijdens de rechtszaak
werd aangevoerd, was een patroonhuls welke in de kofferbak van de
auto van de FBI-agenten zou zijn aangetroffen. Ballìstische gegevens
toonden aan dat de huls afkomstig was van het geweer van Peltier. 
Daarmee bewees de FBI dat Peltier de twee FBI-agenten, die gewond
naast de auto lagen, op korte afstand had gedood,c.q. geëxecuteerd.

BEROEP

In 1978 werd onder de FOIA (Freedom of Information Act) een deel van 
het FBI-materiaal vrijgegeven. Peltiers advocaten ontdekten, dat voor
Peltier ontlastend bewijs materiaal was achtergehouden. Daaronder be-
vond zich een zogenaamde FBI-Teletype, gedateerd 2 oktober 1975. Uit
dit intern FBI-bericht bleek dat, in tegenstelling tot de in het pro-
ces aangevoerde ballistische gegevens, geen van de gevonden patroon-
hulzen in relatie kon worden gebracht met het geweer van Peltier. Op
basis van dit nieuwe feiten materiaal ging Peltier in beroep bij het 
Eight Circuit Court of Appeals. Tijdens de zitting werd het door de
Openbare aanklager, Lynn Crooks, aangevoerde bewijsmateriaal syste-
matisch ontzenuwd en ontkracht. Uiteindelijk ontlokte dat de uitspraak
van Crooks, "...dat inderdaad niet bekend is wie de dodelijke schoten
heeft gelost, ...maar dat dat niet ter zake doet omdat Peltier tevens
als medeplichtige is veroordeeld."Daarmee gaf de openbare aanklager
een zwaai van 180 graden aan de zaak. Desalniettemin kwam het Hof van
Beroep tot de voor Peltier onthutsende uitspraak dat:"...wanneer het
door de FBI achtergehouden materiaal ten tijde van het proces wel be-
schikbaar zou zijn geweest, de jury mogelijk tot een andere uitspraak
zou zijn gekomen. Hoewel die mogelijkheid aanwezig is, is zulks niet
waarschijnlijk". Waarmee de zaak voor het Hof van Beroep was afgedaan. 
Uiteindelijk werd de zaak in 1987 aanhangig gemaakt bij het Supreme
Court. Dit hof weigerde de zaak in behandeling te nemen, waardoor Pel-
tier in de V.S. uit geprocedeerd leek. In een in 1990 door de CBS in
de V.S. uitgezonden documentaire over Peltier, verklaarde één van de
rechters van het Eight Circuit Court of Appeals, Judge Gerald W. Heany,
zich nog steeds zeer oncomfortabel te voelen met de voor Peltier nega-
tieve uitspraak. Nog steeds heeft hij ernstige bedenkingen omtrent de
bewijsvoering tijdens de rechtszaak. In hetzelfde programma verdedigde
de openbare aanklager,Lynn Crooks, het gebruik van de valse getuigen
verklaringen, welke leidden tot de uitlevering van Peltier. 

CANADA

Nadat zijn beroepsmogelijkheden in de V.S. waren uitgeput, trachtte
Peltier alsnog zijn recht via het Canadees justitie apparaat te ver-
krijgen. In 1976 was hij weliswaar tegen zijn uitlevering in beroep
gegaan en had zich rechtstreeks gericht tot de toenmalige Minister
van Justitie, Ron Basford, doch deze legde het beroep destijds naast
zich neer. Op 18 april 1989 bogen de rechters van het Supreme Court
in Canada zich, op verzoek van Peltier, alsnog over diens beroep te-
gen zijn uitlevering. Hoewel de beroepstermijn inmiddels ruimschoots
was verstreken, besloten de rechters toch een hoorzitting te houden
op 12 juni 1989. Op basis van de uitkomst daarvan zou bekeken worden
of Peltier al of niet ontvankelijk was voor beroep. Op donderdag 22
juni, anderhalve week na de hoorzitting, werd door het Supreme Court
het besluit bekend gemaakt. De zaak Peltier wordt niet verder behan-
deld. De rechters waren van mening dat de uitleverings kwestie een
zaak was van het Canadese parlement en niet van justitie. 

HOORZITTING

In december 1990 dienden de advocaten van Peltier een zogenaamde
'Writ of Habeas Corpus in bij het gerechtshof in Kansas, met de
bedoeling een hoorzitting te forceren waarin het subjectieve ge-
drag van de FBI en van rechter Benson aan de kaak konden werden
gesteld. Rechter Paul Benson stond bekend als anti-Indiaans en
was door een hogere rechtbank al eens op de vingers getikt voor
zijn denigrerende opmerkingen. Nadat een aanvankelijk geplande
hoorzitting tot tweemaal toe werd uitgesteld, besloot de recht-
bank in september 1991 het verzoek tot een hoorzitting alsnog
af te wijzen. Nog éénmaal kon beroep worden aangetekend bij het
Eight Circuit Court of Appeals. Na de onthullende uitspraken
voor de T.V. camera's van Gerald W. Heaney, één van de senioren
bij het Hof van Beroep,waren de verwachtingen hoog gespannen.
Intussen werd het verdedigingsteam,bestaande uit zwaargewichten
als Bruce Ellison, Lew Gurwitz en William Kunstler uitgebreid
met Ramsey Clark, Minister van Justitie ten tijde van President
Carter. Besloten werd dat Ramsey Clark tijdens de beroepsproce-
dure het woord zou doen. Maar ook deze keer kon zwaar geschut
het tij niet keren. Onthullingen van voormalige GOON-leden, dat
zij werden gesteund door de FBI en van wapens en brand-bommen
werden voorzien, werden door de rechters niet ontvankelijk ver-
klaard. Hoewel deze nieuwe feiten pas later bekend werden vond
het Hof van Beroep dat dit bewijsmateriaal in een eerdere be-
roepszaak had moeten worden overlegd. In juli 1993 werd de uit-
spraak bekendgemaakt. De rechters adopteerden Lynn Crooks aan-
vechtbare verweer, dat Peltier destijds als medeplichtige is
veroordeeld en derhalve geen recht heeft op een heropening van
de rechtszaak. De vrijspraak van de twee andere aangeklaagden
in ogenschouw genomen, betekent deze uitspraak niets anders dan
dat Leonard Peltier is veroordeeld voor medeplichtigheid aan 
zelfverdediging. Dat oordeel betekend dat alle juridische moge-
lijkheden voor Peltier nu zijn uitgeput en dat hij uitsluitend
door toekenning van strafvermindering, dan wel door middel van 
gratie uit de gevangenis kan komen. Alleen de President van de
V.S. kan die strafvermindering toekennen. Door Senator Daniël
Inouye is geruime tijd geleden al een dergelijk verzoek gedaan.
Daarop heeft de toenmaligePresident Bush niet gereageerd. In-
tussen ontwikkelde Senator Daniël Inouye allerhande activitei-
ten binnen de Senaat en het Congres. Naast zijn verzoek aan de
President om strafvermindering voor Peltier, heeft Inouye het
initiatief genomen voor een hoorzitting binnen het Congres, die
zal gaan over het gedrag van de FBI op het Pine Ridge reservaat
in de zeventiger jaren en de zaak Peltier.In dat initiatief wordt
hij gesteund door een zestal senatoren. Maar de realisatie van
een dergelijke hoorzitting vergt een lange voorbereidingstijd
en een flinke dosis doorzettingsvermogen. Het is nog maar de
vraag of een dergelijke hoorzitting inderdaad zal plaatsvinden.
De FBI zal met de billen bloot moeten en gezien de grote in-
vloed van deze organisatie op de Amerikaanse politiek zal zij 
alles doen om dat te voorkomen. 

(Bron: Leonard Peltier Stichting)

Leonard Peltier # 89637-132
U.S.P.L
PO Box 1000
Leavenworth, KS 66048 USA

AANRADER! Boek van Leonard!

Mijn leven, mijn zonnedans - Leonard Peltier

222 blz.
ISBN 9024538696
Uitgeverij Luitingh-Sijthoff 2000
Euro 12,48

UPDATE

Op 6 februari 2006 zat Leonard Peltier reeds 30 jaar achter tralies!

Waarom moet deze man ver weg van zijn volk, doodgezwegen door de me-
dia en zwart gemaakt door de FBI nog steeds in de gevangenis zitten?
Welke angst boezemd deze oude mensenrechten-krijger, de US overheid
in? Welke bedreiging vormt hij en voor wie?? Misschien kan de beruch-
te lobbyist Jack Abramoff, in dienst van de Republican Party en momen-
teel beschuldigd van oplichterij, licht werpen op deze zaak. Volgens
Robert Robideau, co-director van het Leonard Peltier verdediging co-
mitee is Abramoff niet aan zijn proefstuk met het verkopen van ‘poli-
tieke invloeden'. Hij werd betrapt bij het oplichten van zijn cliën-
ten, in het bijzonder Native American tribes die casino's en goktent-
en openhielden. De stammen huurden Abramoff in om zijn invloed aan
te wenden i.v.m. casino en gok-onderwerpen. Abramoff vertelde hen
aan welke politiekers zij politieke giften moesten overdragen. Wat
hij er niet bij vertelde was dat hij en zijn zakenpartner Michael
Scanlon ook werkten voor groepen wiens belangen rechtstreeks tegen
de stambelangen ingingen. Bv: in 2002, Abramoff en Scanlon werkten
voor religieuze conservatieven van de staat Texas, om het casino
uitgebaat door de Tigua van Ysleta del Sur Pueblo, Texas te laten
sluiten. Tegelijkertijd eiste hij van de Tiguas miljoenen dollars
om zijn invloed aan te wenden voor het openhouden van het casino.
Abramoff had niets dan minachting voor zijn Native American cliën-
ten. In een e-mail die een paar jaar geleden aan het licht kwam
noemde hij de stamleden “holbewoners en idioten”. Hij schreef ver-
der naar Scanlon “Ik heb een vergadering met die apen van de Choc-
taw tribal council”. Het Abramoff schandaal toont goed aan hoe po-
litieke macht gekocht en verkocht wordt in America, en dit aspect
werpt dan ook een licht op een onrechtvaardigheid dat veel vroeger
heeft plaatsgehad: de volkerenmoord op Natives door de US overheid,
diefstal van hun land en het ‘verwijderen' van iedereen die hen
daarbij voor de voeten liep. Indien het Amerikaanse volk goed ge-
ïnformeerd zou worden over deze karikatuur van rechtvaardigheid;
indien zij Mr.Peltiers gedichten zouden lezen, zijn brieven en be-
moedigende woorden aan de jongeren en zijn meningen over de onaf-
hankelijkheid voor de Native Americans zouden lezen, indien ze
zich ook maar een moment in zijn plaats zouden kunnen stellen,
zou deze onschuldige vandaag een vrij man zijn.

Stilte (door Leonard Peltier)

Stilte, zo zegt men, is de stem der eenvoud
maar stilte is onmogelijk
stilte gilt
stilte is een boodschap
gewoon niks doen is een daad
laat hem, wie je bent naar buiten weerklinken
in elk woord & elke daad
ja, wordt wie je bent
je kan niet weg van jezelf`
van je eigen verantwoordelijkheid
wat je doet is wat je bent
je komt voor jezelf op
je bent je eigen boodschap
jij bent de boodschap
In de geest van Crazy Horse.

(Bron: Redwebz, 6 februari -2006)

 

Interessant artikel!

Indiaanse gevangenen in de 21ste eeuw:

http://www.motherearth.org/bulletin/01_02/gevangenen.php



Copyright pagina: Toine de Jongh ©