Wetenswaardigheden


Allereerst; wat zijn nou de "echte Indianen"?

Indianen dragen pluimen of veren op hun hoofd. Zij gaan te paard op
jacht. Daarna keren ze terug naar hun dorp. Daar roken ze de vredes-
pijp of dansen rond de totempaal…. Zo worden Indianen afgebeeld in
strips en in films. Maar deze Indianen bestaan niet. Ze hebben ook
nooit bestaan. Wij hebben dat beeld van de Indianen voor een groot
deel zelf verzonnen. Maar het is eigenlijk helemaal verkeerd. Op een
tentoonstelling probeert men altijd om dat foute beeld recht te zetten.



De western

De blanke held tegen de slechte Indiaan. We kennen de Indiaan
vooral van de westerns. Met woest krijgsgehuil storten ze zich
op de postkoets. Slim zijn ze niet, want bij iedere aanval sneu-
velen ze bij bosjes. En als dan het leger verschijnt, is alles
verloren. Laf zijn ze ook. Ze ontvoeren vrouwen en kinderen.
Gelukkig lossen dappere helden het zaakje zo weer op. John
Wayne was zo'n bekende blanke held van de westerns.

De waarheid

John Wayne was zelf geen liefhebber van Indianen. Hij vond het
goed dat de Indianen met geweld van hun land verdreven werd-
en. Er was toen veel land nodig”, zei hij. “De Indianen wilden dat
voor zich zelf houden”.  John Wayne zei dat in de jaren 60.
Maar veel Amerikanen denken nu nog zo!

De gebruiken en de manier van leven van de Indianen werd in
westerns meestal fout voor gesteld. De Indianen zijn bijna
altijd Apaches of Sioux. Maar er zijn honderden Indiaanse
volkeren in Amerika. De laatste jaren worden wel films ge-
maakt waar Indianen beter worden voorgesteld. 'Dances with
Wolves' is zo'n schitterend voorbeeld. Maar daar worden de
fouten gewoon omgekeerd. De blanken zijn er door en door
slecht. De Indianen zijn de helden. Ook dat beeld is niet
helemaal juist. Er worden nu ook films gemaakt door Indian-
en zelf. Maar die zijn niet commercieel en dus amper bekend.

Het dagelijks kampleven van de Bizonjagers 

De bizon was voor de prairie-Indianen niet enkel de voornaam-
ste leverancier van leer voor kleding, mocassins, tipi's, verpak-
kingsmiddelen en schilden. Daarnaast gebruikte men de beend-
eren voor de werktuigen (hout was schaars in de prairie). De sterke
pees diende tot naaimateriaal,en van wol weefden de vrouwen tas-
sen en riemen. De hoeven werden tot lijm gekookt, en uit de zacht
gekookte horens vormden men lepels. Ook de uitwerpselen vorm-
den een uitstekende brandstof. Het vlees werd gekookt gegeten, of
als wintervoorraad gedroogd. Dit alles wil niet zeggen dat er alleen
op de bizon werd gejaagd, of dat er niets anders dan wildvlees werd
 gegeten. Wilde planten, vruchten en wortels vormden een onder-
deel van het menu. Van de visrijkdom in de rivieren maakten echt-
er slechts enkele stammen gebruik. Bleven de bizonkudde's weg,
dan heerste er de hongersnood. Het is dan ook niet verwonderlijk
dat de bizon de prairiecultuur op zijn machtige schouders droeg
en een belangrijke rol speelde in het religieuze leven van de
prairie Indianen.


Wat was er zoal in een kamp van de bizonjagers te doen. Allereerst
valt ons daar de bedrijvigheid van de vrouwen op. Het opzetten en 
neerhalen van de tipi was hun taak. In het permanente winterkamp 
verdiepten zij de vloer van de tipi en de graszoden stapelden zij 
in een kring langs de wanden als basis voor de slaapplaatsen. Een 
tochtgordijn werd langs de onderkant aangebracht. Het voornaamste 
gereedschap van de vrouw was een knots, een zware riviersteen be-
vestigd aan een met leer overtrokken steel. Hiermee sloeg zij de
brandstof klein, werden de tentpennen vast gedreven, brak zij bot-
ten voor de soep en stampte zij het gedroogde vlees tot een veze-
lig meel. Eveneens belangrijk was de benen huidenschraper. Hiermee
werden de verse en op de grondgespannen huiden schoongemaakt.
Een vrijwel dagelijks werk want er waren elf tot éénentwintig bizon-
huiden nodig voor een tipi overtrek, die louter uit prestige over-
wegingen ieder jaar werd vernieuwd. De tentpalen daarentegen ver-
leenden meer aanzien, naarmate zij ouder en door het gebruik gepo-
lijst waren.Na de uitroeiing van de bizon kwam tentzeil in gebruik.
Zo'n tipi maakten de vrouwen niet alleen. Zij nodigde al haar vrien-
dinnen uit voor een feestelijk maaltijd, waarna zij samen het mate-
riaalop maat sneden en aan één naaiden. Als de nieuwe woning was
opgezet werden enkele befaamde krijgers uitgenodigd, die als eers-
ten in deze tent een pijp rookten, terwijl zij de tipi bewonderden
en de vrouwen feliciteerden met dit staaltje van vakmanschap. In de
herfst hingen de vleesrekken vol dungesneden lappen vlees. Als het
vlees droog was werd het verpulverd en vermengd met vet en wilde 
vruchten. Zo werd het in dierenblazen geweekt voor de komende win-
ter. De bewoner van zo'n tent die volhing met zulke zakken Pemmican
kon zich een rijk man noemen. Rijk was men ook met het bezit van
kinderen, vooral natuurlijk de jongens,  in deze jagerswereld.

DEZE TEKENING HEB IK GEMAAKT; TOINE

Uitroeiing van de Bizon

In de jaren tussen 1840 en 1890 werden rond de 60 miljoen bizons in
de steppen van Noord-Amerika neergeknald. Hoe dat gebeurde ging als
volgt;de eerste treinen die naar het westen reden, moesten soms en-
kele uren stoppen voor een passerende kudde bizons. Deze kudde's van
soms duizenden dieren groot trokken in de winter naar het Zuiden en
in de zomer naar het Noorden. Zij vormden de noodzakelijke en over-
vloedige voedselbasis van de lokale Indiaanse gemeenschappen. Totdat
 de blanken in een verschroeide aardetactiek daar een eind aan maak-
De bizon werd zo drastisch uitgeroeid, dat deze prachtige diersoort
met veel moeite in enkele dierentuinen van totale uitroeiing werd
gered. Maar zo rigoureus als men in de tijden de Amerikaanse bizon
te lijf ging was ook beslist niet nodig geweest. De afslachting was zo
erg dat er op één dag slechts +/- 85 dieren waren overgebleven. Dank-
zij het World Wildlife Fund en goed werk in vele dierentuinen is de
stand weer tot enkele duizenden opgevoerd. De Indianen, die hun
belangrijkste voedselbron zagen verdwijnen, waren gedwongen hun
 vrije bestaan op te geven. En moesten hun verdere leven in reserva-
ten slijten, waarin zij niet gelukkig waren en niet gelukkig zijn....!
 

Visioenen

"Tweebeners, Vierbeners, Vogels, en Groene Dingen."


Ook een dier werd namelijk bezield geacht en in het merendeel der 
visioenen, die de basis van het geestelijke leven vormden, traden 
dieren op die de Indiaan richtlijnen gaven om magische kracht over 
het onzekere leven te verkrijgen.De Indiaan kende niet onze in-
stelling zoals "koning der natuur". Maar met de dieren en planten
volken vormt hij een deel van de natuur.Een Indiaan sprak in vroege
tijden over "Tweebeners, Vierbeners, vogels en groene dingen. "Allen
waren kinderen van moeder aarde, en hun vader was de zon. Als een
Indiaan aan één van die andere wezens het leven benam, vroeg hij
hiervoor vergeving en wees op de noodzaak voor zijn gezin. Dit alle
activiteiten doorstromende respect voor alles wat leeft (dat wij zo
node zijn gaan missen)is kenmerkend voor deze jagersculturen. Het
religieuze leven van de Bizonjagers speelde zich grotendeels in het
persoonlijke vlak af, en ook de grote gemeenschappelijke rituelen
zijn allen uit legendarische persoonlijke ervaringen voortgekomen.
Elke jongen zocht omstreeks zijn tiende jaar een persoonlijke be-
schermgeest door middel van een visioen. Hiertoe trok hij zich op
een eenzame plaats terug, waar hij zich dagenlang zonder voedsel
concentreerde op de geestenwereld van zijn volk. Eindelijk verscheen
hem dan zijn beschermgeest, meestal in een gedaante van een dier.
Deze leerde hem magische liederen en instrueerde hem in zijn privé
taboes. Ook tijdens het verdere leven zocht men nog vaak de een-
zaamheid om met een pijp tabak een rookoffer te brengen. Hoewel
allen zich een visioen wensten, gelukte dit toch niet aan iedereen.
Hoelang zij ook in eenzaamheid vastten en zichzelf tijdens de
zonnedans folterden.

Zonnedans (Sundance)

(Tekening van Toine)

De rol van de zon als een scheppingsgod en als bron van kracht in de
mythologie van de prairies werd vroeger weerspiegeld in de zonnedans,
het belangrijkste ritueel van de prairies. Bij sommige volken bestaat
deze dans nog steeds, zij het in aangepaste vorm.

Elk jaar, meestal in de vroege zomer, placht een stam bijeen te komen
om zijn religieuze overtuigingen te vieren met een reeks ceremonies,
gezang en andere gewijde handelingen. Centraal bij dit feest stond
de zonnedans waarbij degenen die in het bezit wilden komen van geeste-
lijke kracht een rituele dans uitvoerden voor de stam. De stam ver-
zamelde zich in een grote kring rond een paal die op symbolische wijze
de wereld boven de aarde verbond met de wereld beneden. Rond deze paal
volvoerden de dansers hun dans, vaak dagen achtereen, totdat ze in een
diepe trance of van pure uitputting ineenzakten. Soms brachten de deel-
nemers zichzelf verwondingen toen, waarbij het scheuren van het vlees
een bevrijding uit de boeien der onwetendheid symboliseerde.

(Uit: Mythen van de mensheid, Roy Willis)

De Heilige Pijp

Het roken van de pijp is een van de meest verbreide en oudste
rituelen van de volken van de prairies en elders. Het gezamen-
lijk roken bevestigt de banden waarmee familie, stam en heelal 
zijn verbonden. De pijp zelf, die vaak is versierd met veren
en tekeningen die de persoonlijke geesten en visioenen van de
eigenaar weerspiegelen, symboliseert de schepping. De volgende
mythe biedt een verklaring voor de oorsprong van de heilige
pijp van Lakota. Zij geloven dat de pijn nog steeds bestaat.
Buiten de Lakota hebben maar heel weinig mensen hem ooit ge-
zien.Op een morgen naderde een mysterieuze vrouw, gekleed in
wit hertenleer met een bundel op haar rug, twee Lakota-jagers.
Een van hen begeerde haar en werd onmiddellijk veranderd in
een hoopje botten. De vrouw sprak: 'Ik wil met uw opperhoofd
spreken. Ga naar hem toen en zeg hem dat hij een grote tipi ge-
reed moet maken.' De jager gehoorzaamde. Toen de vrouw de tipi
binnenging, gaf ze haar bundel aan het opperhoofd en zei: 'Ik
ben Witte Bizonvrouw. Dit is heel heilig en geen enkele onreine
man mag het ooit zien. Hiermee zult u in de komende winters uw
stemmen naar Wakan Tanka sturen.' Ze nam de pijp en een kleine
ronde steen uit de buidel en legde ze op de grond. Vervolgens
zei ze, met de steel van de pijp naar de hemel wijzend: 'Met
deze heilige pijp zult u over de aarde lopen; want de aarde is
uw grootmoeder en uw moeder en zij is heilig.De kop van de pijp
is gemaakt is van hout en stelt alles voor wat groeit. De twaalf
veren die van de pijp afhangen, zijn van de Gevlekte Adelaar en
stellen alle vliegende schepselen voor. De zeven cirkels op de 
staan stellen de zeven riten voor waarbij de pijp zal worden
gebruikt.'Na over de eerste rite te hebben gesproken, kondigde
Witte Bizonvrouw haar vertrek aan en zei dat ze op een dag terug
zou komen en dat voor die dag de andere riten zouden worden
onthuld. Toen ze van het volk wegliep, werd Witte Bizonvrouw
eerst een jong, rood en bruin gevlekt bizonkalf en vervolgens
een zwarte bizon. De bizon boog naar elk van de vier hoeken van
het heelal en verdween over de heuvel.

(Uit: " Mythen van de mensheid" - Roy Willis)

De dondervogel, koning van de hemel

Indianen geloven dat de dondergeest zich op aarde manifesteert
in de gedaante van de dondervogel. De snavel of de ogen van dit
enorme, op de adelaarlijkende dier spuwden bliksem, terwijl het 
klappen van zijn vleugels wordt gehoord als donderslagen. Men
kent hem ontzagwekkende scheppings-en vernietigingskracht toe.
Bij de Lakota is de dondervogel Wakinyan, een helpende god, een
manifestatie van het opperwezen: hij is het voorwerp van een
krachtige cultus, verbonden met de persoonlijke ervaring van ont-
moetingen met hem. Voor de Irokezen neemt hij een menselijke
vorm aan als Hina, de dondergeest,wachter van de hemel. Aan de
noordwestkust behoort de dondervogel tot de voornaamste goden
van de hemel en is hij groot genoeg om walvissen, waarop hij
jaagt, mee te voeren. De volken in het westen geloven dat er
vier dondervogels zijn, een in elk kwart van de wereld. In dit
gebied en elders is de dondervogel in een voortdurend gevecht
gewikkeld met de boosaardige geesten of slangen van de onder-
wereld, zoals de onderwaterpanter. Men gelooft dat hun gevecht-
en de oorzaak zijn van heftige natuurverschijnselen zoals aard-
bevingen, overstromingen en zware onweersbuien.

(Uit: " Mythen van de mensheid" - Roy Willis)

Stamraden, Reservaten en Indianen

De Navajo-Indianen wonen al jaren in het gebied waar zich nu 
ongeveer hun reservaat bevind. Geschat wordt dat ze er in de 
veertiende eeuw zijn gaan wonen, naast de Hopi. Die al veel lang-
er in het gebied waren. Daar werden ze ondermeer door Spaanse
invloed schaaphouders en ontstond hun bijna godsdienstige bind-
ing met de grond. Toen ze in de vorige eeuw door het Amerikaanse
leger verslagen werden, waren ze verplicht hun geboortegrond te 
verlaten. Ze werden gedeporteerd naar het voor western-liefhebbers 
broemde opvangkamp Bosque Redondo in New Mexico.In 1868 mocht-
en ze terug naar hun oorspronkelijke gebied; een klein reservaat ten
Noord-oosten van dat van de Hopi. Aangezien het gebied te klein was
voor zoveel Navajo's werd in 1882 bij verdrag de Joint Use Area. Als
gemeenschappelijk gebied voor Navajo's en Hopi-Indianen aan-
gewezen. Later werd het Navajo reservaat nog verder uitgebreid
tot de huidige grootte. In 1934 werd de Indian Reorganisation Act
(IRA) van kracht. Die bepaalde dat zogenaamde stamraden de offi-
ciële vertegenwoordigende lichamen van de Indianen werden. Deze
stamraden moesten democratisch gekozen worden en zo de belangen
van de Indianen naar buiten toe behartigen. De Navajo's en de Ho-
pi hadden echter helemaal geen behoefte aan zo'n raad en stemden
bijna niet. Zij erkenden slechts hun traditionele leiders. Wash-
ington werd liberaal tegenover de Indianen en riep in 1946 een
commissie in het leven die klachten moest behandelen van Indianen
stammen, die in het verleden grond kwijt waren geraakt.De Hopi-
stam raad besloot in de zestiger jaren een regeling te treffen
voor de JUA in Washington aan te vragen, en zo de helft op te ei-
sen. Op 22 december 1974 werd de eis van de stam raad ingewilligd
door het congres en ontstond Public Law 93-531. Drieënhalfjaar
later was de exacte verdeling van de JUA vastgesteld en werd er 
begonnen met de bouw van een hek dat de grenzen moest afbakenen.
Door de tweedeling waren er echter enkele duizenden indianen in
het verkeerde gebied terecht gekomen.Waren sommige stukken land 
doormidden gesplitst, waterputten en weidegronden onbereikbaar 
geworden. Voor de Navajo's die aan het verkeerde kant van het 
hek terecht zijn gekomen is er geen plaats meer in de rest van
het Navajo reservaat. Het is debedoeling dat zij verhuizen naar
stadjes rond het Indianengebied. Maar daar zien zij geen toekomst
en bovendien willen ze hun heilige gronden net verlaten. Ronald
Reagen, toen president van Amerika, zei;"iedereen die nog in het
gebied aanwezig is en er niet thuis hoort zal met harde hand ver-
wijderd worden. Het wordt geen tweede Wounded Knee. De Navajo's
en de Hopi verschanste zich op en rond de laatste heilige berg in
het gebied. Die volgens de Indianen na de eventuele deportatie af-
gegraven zal worden door Amerikaanse mijnbouwmaatschappijen
voor winning van Uranium.

Bron: Ingrid Washinawatok  (Ingrid Washinawatok is vermoord op 4
maart 1999 door een rebellengroep in Columbia. Haar volledige naam
was Ingrid Washinawatok EL-Issa, Flying Eagle Woman, en was een
Menominee Indiaanse)

Actievoerder  "Big Eagle"  Leroy Nimsey, Amerika

In Amerika leven nog slechts elfhonderd Apache-Indianen. Hun
territorium Armandaro ligt in de staat Oklahoma. Leroy Nimsey,
bijgenaamd Big Eagle, is een afstammeling van Geronimo. En de
gekozen leider van de resterende Apachen. Chief Big Eagle voert
nog steeds oorlog tegen de bleekgezichten met hun vuurstokken,
zij het zonder gewelddadige middelen. "Maar ach, de stemmen van
elfhonderd Indianen worden niet gehoord in een land met meer dan
tweehonderd miljoen schreeuwlelijkerds" geeft het opperhoofd
treurig toe.

Leroy Nimsey "Big Eagle"

POCAHONTAS

Helaas kennen de meeste mensen Pocahontas enkel als het mooie 
romantische Disney figuurtje, maar helaas, ook al zou deze film
gebaseerd zijn op "het ware verhaal". Het échte verhaal van de 
Indiaanse prinses Pocahontas is veel schrijnender. Hier 'n be-
knopt verslag van hoe het de échte Pocahontas verging......

De ware geboortedatum van Pocahontas is nooit achterhaald,
maar men vermoed dat zij in 1595 geboren is. Zij was de dochter
van de Indiaanse Chief Powhatan; haar moeder was één van Pow-
hatan's vele vrouwen. Ze behoorden tot de Algonquian Indians;
geboren in Virginia. Haar echte naam was Matoaka, dat betekent
Kleine Ondeugd. In 1607 kwamen de Engelsmannen naar James-
town. Kapitein John Smith leidde deze expeditie en tijdens een zoek-
tocht naar de Indianen. John en zijn  mannen gevangen genomen
door Indianen en dagen erna werd hij naar Powhatan in Werowoco-
moco gebracht. Chief Powhatan wou John Smith laten vermoorden,
maar de toen  (om en nabij) 13 jarige Pocahontas wist haar vader om
te praten John zijn leven te redden. Voor de Engelse kolonisten in
Jamestown is zij een redster in nood. Zij behoedt hen voor de hong-
erdood en beschermt hen tegen de voortdurende oorlogsdreiging
met de Pawhatans. Al snel werd er 'n leider naar Virginia gestuurd
die John Smith moest vervangen. Deze nieuwe leider, Sir Thomas
Gate,kwam in 1610 in Jamestown aan. Pas onder het leiderschap
van Sir Thomas Dale en vanaf 1612 Sir Samuel Argall begon de ko-
lonie enigszins te leven. Een kolonist genaamd John Rolfe begon
tabak te verbouwen, wat al snel winstgevend werd. Rolfe trouwde
in 1614 met Pocahontas, ze kregen een zoon, en drie jaar later ging
 John naar Engeland terug; Pocahontas werd Christen, en haar naam
werd veranderd in prinses Rebecca. Haar (korte) leven was alles be-
 halve prettig, zij schijnt de nodige vernederingen te hebben moe-
ten ondergaan, en in 1617 stierf zij aan de gevolgen van pokken.

Portret tekening van de 'echte'....... en van de Disney creatie

VAN JONGEN TOT MAN

Eens een Indiaan, altijd een Indiaan, onverschillig waar hij woont.
Tradities leven voort, worden van elkaar overgenomen, zij het dan 
tegen een wat modernere achtergrond dan in vroeger dagen. Dit ver-
haal gaat over Smiling Sun; een jonge Hopi Indiaan die op het punt
staat man te worden. Smiling Sun was dertien jaar geworden en wan-
neer je een Indiaan bent en 13 jaar oud, zijn je kinderjaren voor-
bij. Dan ben je een man geworden. En mannen dragen hun haar niet
lang, zoals kleine jongetjes. Daarom moet Smiling Sun meedoen aan
de aloude ceremonie van het haarknippen, hetgeen betekent dat de
jongen zijn kinderjaren achter de rug heeft en zijn intrede doet
in de wereld der mannen. Smiling Sun is zijn echte naam. Het feit,
dat hij in de burgerlijke stand van de Verenigde Staten van Ameri-
ka bekend staat onder de naam John Cook, is van nul en generlei
waarde voor hem, noch voor zijn stamgenoten en familie. Op school
mag hij dan John Cook heten, maar thuis in Brooklyn, voor zijn fa-
milieleden en Indianenvriendjes is en blijf hij Smiling Sun. Hij
is een Indiaan van de stam der Hopi's,en vele, vele jaren geleden
kwam zijn familie naar de stad om zich daar te vestigen. Er wonen
heel veel Indianen in New York City. Smiling Sun staat op het punt
een man te worden. Zijn haar moest worden afgeknipt. Dat was voor
het eerst in zijn leven, want het is de gewoonte, dat Indianen
jongetjes hun haar laten groeien totdat zij hun kinderjaren achter
zich hebben. Het lange haar, dat als een symbool wordt beschouwd
van eeuwigdurende kracht en moed, moet na hun dertiende verjaardag
worden afgeknipt door de naaste mannelijke bloedverwant, in tegen-
woordigheid van de stamoudste. Dan moet hij een dans voor hen uit-
voeren, terwijl allen die de festiviteiten bijwonen wilde kreten
slaken. Precies zoals dat in de oude tijden gedaan werd. Ook wordt
er flink gegeten en gedronken, want het is de gewoonte, door de
eeuwen heen, dat papa op zo'n belangrijke dag de hele stam te eten
uitnodigt, hetgeen vooral tegenwoordig nogal duur is. Maar men 
stelt zich gewoonlijk ook wel tevreden met een flinke portie ijs.
Iedereen verschijnt in een ceremoniële klederdracht, want de In-
dianen zijn erg traditiegetrouw en bijzonder trots op hun verle-
den. Ze besteden erg veel geld aan klederdrachten en de bekende
prachtige hoofdtooi van veren. Het is een nogal vreemde gewaar-
wording, getuige te mogen zijn van een dergelijke ceremonie, die
plaats vindt in een flat in het hartje van een moderne stad. Je
zou eerder zeggen dat de prairie geschikter terrein zou zijn voor
een dergelijk ritueel. Men wilde echter een illusie van echtheid 
scheppen, en inderdaad had de kamer het aanzien van de tent van
een Indianen opperhoofd. Eerst wordt het lange haar goed uitgekamd
en zorgvuldig gevlochten door de vrouwen van de stam. Dan bevestigt
men er strikken in, symbool van eeuwigdurende kracht en moed. Nu
moet Smiling Sun een dans uitvoeren en dat doet hij, aangevuurd
door de leden van zijn stam. Eindelijk is het dan zover en is het
grote moment aangebroken. Zijn oom doet een stap voorwaarts, zijn
naam binnen de stam is Smiling Bear. Hij moet de vlechten afsnijden
en al glimlachend alsof hij zijn naam eer aan doet kwijt hij zich
van zijn taak. En dat is dan alles. Het lijkt misschien allemaal
een beetje vreemd, of zelfs onbetekenend. Maar dat is het beslist
niet in de ogen van een Hopi Indiaan. Want iedere Indiaan die van
nu af aan John Cook ofwel Smiling Sun ontmoet, weet, dat hij tegen-
over een man staat.En wat vooral zo belangrijk is (tenminste voor
Smiling Sun), is dat ook de meisjes het weten...

Van vredespijp tot Tomahawk.

Pijproken was een sacrale aangelegenheid voor bizonjagers; jonger-
en werd het roken geheel afgeraden omdat de Indianen uit ervaring
wisten, dat het hun uithoudingsvermogen schaadde. Bij alle belang-
rijke gebeurtenissen, dus niet slechts bij het sluiten van vrede,
deden de lange ceremoniële pijpen de ronde, als een rookoffer voor
de geesten, wier hulp men inriep om de gedachten van de vergaderden
op het goede te richten. Zo'n pijp nam men ook mee als men een vi-
sioen zocht of in éénzaamheid de geesten aanriep, zo'n pijp droeg
men ook naar degene, die zich beledigd van de gemeenschap bleef
isoleren. De toorn van de geesten riep hij over zich af, die deze
pijp weigerde te roken.Men rookte hierbij sacrale tabak, enkele
stammen kenden zelfs een speciaal genootschap, dat voor de aan-
plant hiervan zorg droeg.Het waren de bleekgezichten, die altijd
met een gespleten tong spreken, die een pijp in de handel bracht-
en, waaraan tevens een krijgsbijl was bevestigd. 

 De trek van de eerste Amerikanen

Waar kwamen ze vandaan? Hoe? Wanneer?
Hoe leefden ze?

Onlangs hebben ontdekkingen geleid tot onthullende
nieuwe inzichten.

Over de vraag van wie waren de eerste Amerikanen zijn
al veel theorieën over geschreven.

TOT ONLANGS, was de heersende mening dat de
eerste Amerikanen ongeveer 11.500 jaar geleden
van Siberië, over een landbrug aankwamen.Deze
is verdwenen in wat nu de Bering straat is.Het
nieuwe onderzoek wijst erop dat minstens twee
golven van kolonisten aan Amerika, met het
eerste aankomen goed meer dan 20.000 jaar geleden
overstaken.Deze oude kolonisten werden Clovis
mensen genoemd.Maar de onderzoekers die door
Universiteit van de antropoloog Tom Dillehay
worden geleid van Kentucky vonden menselijke
overblijfselen en artefacten in Monte Verde,
Chili, die aan 12.500 jaar geleden zijn gedateerd.
Hoewel de eerste ontdekkingen twee decennia geleden
kwamen.Slechts vorig jaar keurden de wetenschappelijke
critici van Dillehay zijn bevindingen goed.Het onderzoek
dat in februari 1998 op jaarlijkse vergaderingen van
de Amerikaanse vereniging voor de vordering van
wetenschap wordt voorgesteld, wees erop dat minstens
twee golven van kolonisten aan Amerika-met het
eerste aankomen goed meer dan 20.000 jaar geleden
overstaken.Dillehay zei dat houtskool van wat eens
brandkuil zou kunnen zijn geweest, diep in de uitgraving
van Monte Verde, werd gedateerd op 33.000 jaar geleden
die met radioactieve koolstoflezingen werd gebaseerd.
Gezien de 20 jarige slag over zijn vroegere bevindingen ,
zei Dillehay hij zich niet op nog een andere controverse
verheugde.In feite klonk hij bijna bedroevend over de
recentere ontdekkingen.

TAALKUNDIG BEWIJSMATERIAAL.

Ondertussen, zei een specialist in taalkunde van de
universiteit van Californië, berkeley haar analyse
van scores van talen die in de Nieuwe Wereld worden
gesproken onafhankelijk te besluiten dat de eerste
Amerikanen verrassend vroeg overstaken. Professor
Johanna Nichols berekende hoe lang een menselijke
bevolking om zich van Alaska naar Chili aan een
optimaal tarief zou durven te bewegen, en op die
basis draaide zij de klok terug naar ongeveer 19.500
jaar geleden..Maar op dat ogenblik, werd de Bering
brug verondersteld onoverschrijdbaar om er geweest
te kunnen zijn.Zo spreek zij over een veel vroegere
ingang.Zij bekeek ook het grote aantal talen die in
de nieuwe wereld worden gesproken, ongeveer zo'n 140.
En zei dat het minstens 30.000 jaar zou vereisen om
een dergelijke grote verscheidenheid te ontwikkelen.
In feite, vermeld zij de verspreiding van moedertalen
scheen erop te wijzen dat de eerste Amerikanen eigelijk
aan de Noord-Amerika uit het zuiden, en niet uit Siberië
kwamen.Een andere golf van immigranten met verschillende
taalkundige kenmerken die over de Bering brug worden
bewogen nadat de ijsgletjers achteruitgingen.

Ingewikkeld verhaal.

Rob Bonnichsen, die het Centrum van de universiteit
van de staat van Oregon voor de studie van de eerste
Amerikanen leidt, haalde verscheidene recente vondsten
aan die Clovis antidateren.Chesrow Complex in Winconsin
bevatte overblijfselen van mammoetbeenderen en steenhulp
middelen die aan 12.000 tot 13.000 jaar geleden werden
gedateerd. Bij Hol Pendejo in New Mexico , hebben de
onderzoekers een reeks vingerafdrukken gedateerd gevonden
die in oude klei worden bewaard en minstens 13.000 jaar
moeten zijn.En de steenpunten bij de plaats van de heuvels
van de Cactus in Virginia dateren zo'n 15.000 tot 16.000
jaar terug.De onderzoekers van de Universiteit van de staat
van Oregon hebben technieken ontwikkeld om oude DNA te
analyseren van haarsteekproeven die bij archeologische
plaatsen worden gevonden.Het haar kan ook op koolstof
worden gedateerd.Rob Bonnichsen zei dat de nieuwe technieken
antropologen een krachtig nieuw hulpmiddel zou moeten geven
om genetische diversiteit met het archeologische verslag
te verbinden.“Wij kunnen spoedig ons eigen voorgeslacht
te boek stellen, maar dat verhaal is ingewikkeld”.De
inwoners van Amerika waren geen één kwestie,(éénmalige
gebeurtenis).Het was een evoluerend proces dat vele
verschillende volkeren over vele tijdspannes, impliceert.
Rob Bonnichsen zei ook dat een vergelijking van skeletachtige
eigenschappen, zoals schedelvorm en kaakkenmerken de mening
steunde dat er niet één voorhistorische migratie aan Amerika,
maar verscheidene waren.Antropoloog Dennis Stanford van de
instelling zei dat sommige onderzoekers bewijsmateriaal van
archeologische vondsten hadden tegengehouden die de mens Clovis
wegens furore over de resultaten van Monte Verde wijd worden
goedgekeurd, voorspelde Stanford dat binnen volgend jaar er
zelfs nog meer rapporten over pre-clovis Amerikanen zal zijn.

THANKSGIVING

Thanksgiving, hoe het begon....

Maar het huidige Thanksgiving heeft niks meer
met de geschiedenis van doen!

(Thanksgiving betekent letterlijk: bedankt geven,  dus bedankt voor het
geven. De Indianen hebben er helaas weinig goeds voor terug gekregen!)

Aan de eerste maaltijd mochten ze meedoen. Ze zorgden zelfs
voor een groot deel van het festijn. Zou nu elke afstammeling,
van die kolonisten aan wie dit feest te danken is, één Indi-
iaanse familie uit willen nodigen, dan kan dat niet meer.
Ze zijn er niet meer,  of te ver weggestopt. Ze hadden niet zo
vermetel moeten zijn te denken dat dit land van hen was, voor-
dat al die puriteinse Europeanen het voor zichzelf opeisten.

Thanksgiving, een familiefeest met een tafel vol voedsel,
traditioneel bestaand uit o.a. kalkoen, zoete aardappelen,
maïs en cranberry's. Een maaltijd die begint met gebed,
staande rondom de volbeladen tafel, God dankend voor al het
goede van het afgelopen jaar. Altijd wordt er gedacht aan de
pilgrimsfathers die deelnamen aan dat eerste feest, zelden nog
aan de Indianen die destijds ook 'aan die tafel' zaten.

De oorsprong van het feest ligt in Plymouth, Massachusets,
waar in 1620 op 21 November de Mayflower voor anker ging met
aan boord 102 passagiers. Onder hen bevonden zich de zogenaamde
“Pilgrimfathers"; Engelse puriteinen, meestal boeren met weinig
opleiding, die hun leven ingericht wilden zien puur op grond van
de bijbel. Daarom waren ze aan het begin van de 17e eeuw al naar
Leiden geëmigreerd, waar ze 12 jaar lang volledige regelieuze
vrijheid genoten. Een deel van hen, 37 in totaal, zag niet de moge-
lijkheid om een eigen burgerlijke status te verkrijgen, vond
 de Hollandse invloed op hun kinderen te groot, en vertrok
met de Mayflower naar Amerika.

Het gebied waar ze zich wilden vestigen behoorde toe aan de
Wampanoag stam.De chief van de stam, Massasoit, of Gele Veder,
sloot op 22 maart 1621 een overeenkomst met de Mayflowers-
vaarders, na een barre winter waarin de helft van de Engelsen
was overleden aan honger en kou.

De Indianen hielpen de blanken. Leerden hen o.a. maïs te planten
waarbij gedroogde vis gebruikt werd als mest. Deze gezamenlijke
inspanning leidde tot het eerste Thansgiving feest  in november
1621. Een evenement dat drie dagen duurde en waarbij Gele Veder
en 90 van zijn mannen, plus de 51 overgebleven Engelse kolonist-
en samen het resultaat vierden van een jaar hard werken. Op tafel
stond de oogst van het land, er werden speciaal mannen op uitge-
 stuurd om gevogelte te schieten en de Indianen leverden vijf
herten.

Dat was de eerste en de laatste keer. Voor sommige Indianen
is deze nationale vrije dag een “rouwdag” geworden. Anderen,
zoals de Native Youth Alliance, houden in de hele maand
november sinds twee jaar een wake.

Voor dit doel worden, op de Mall tussen het Witte Huis en
het Washington Memorial, drie Tipi's  opgezet. Een vuur wordt
op de eerste dag aangestoken en de gehele maand brandend
gehouden.Voor die Indiaanse gemeenschappen, die nog steeds
onder moeilijke omstandigheden moeten leven, wordt er gebeden
naar de God van het noorden, oosten, zuiden en westen.
Gedurende drie dagen, 10, 11 en 12 november, worden de
Indiaanse Vietnam Veteranen speciaal herdacht in de gebeden.
Thanksgivingsday zelf wordt er gevast van zonsopgang tot
zonsondergang.

Die tenten staan daar eveneens om de vertegenwoordigers van
het Amerikaanse Volk, vlakbij in het Capitool, en de bevol-
king er aan te herinneren dat het Indiaanse volken hun cul-
tuur nog steeds bestaan, en dat ze nog steeds ongelijk en
vaak slecht behandeld worden. Er bestaan nog helaas nog veel
afbeeldingen die het Thanksgiving feest romantiseren, en
doen geloven dat de Indianen er nog steeds bij betrokken
zijn, zoals onderstaande afbeelding die we tegen kwamen op
'n Amerikaanse Thanksgiving wenskaart:

En wat te denken van onderstaande afbeelding?
Het is met recht bijna een spotprent te noemen!

Maskers
(Bron: Marita de Sterck)

Indiaanse maskers worden als heilige voorwerpen beschouwd
en nooit zomaar voor de lol gebruikt. Ze horen bij rituelen en
stellen vaak figuren uit de mythen voor. Omdat ze iets van de
 macht van dat wezen in zich hebben, spreken Indianen met
maskers op nooit tijdens de ceremonies. Maskers worden ge-
bruikt om zieken te genezen, om oorsprong mythen of de ge-
schiedenis van de stam te verbeelden. De maskers van de In-
dianen van de Noordwestkust zijn wereldberoemd. Ze stellen
figuren uit hun mythen voor: raaf, adelaar, bever, wolf, maar
ook de zon, de maan of duivelse wezens.

Sommige maskers, onder andere het ravenmasker, hebben be-
weegbare onderdelen: de ogen of bek kunnen open en dicht.
Er zijn zelfs maskers die in hun geheel open kunnen en
daaronder een nieuw masker tonen. Bij de Irokezen bestond
een genootschap van de valse gezichten. De valse gezichten
waren bosgeesten die geen lichaam hadden, maar wel een ge-
zicht, dat een vreselijke grimas trok. Als iemand die bos-
geesten in een droom zag, moest hij de volgende dag naar
het bos gaan en in een boomstam een masker uitsnijden. Pas
als het masker af was, werd het uit de boomstam losgehakt.
Zo werd alle kracht in het masker bewaard. Rond de ogen kwa-
men metalen plaatjes of schelpen en bovenop het masker een
haardos, van boomvezels of van paardenhaar. De kleur van
het masker vertelde wanneer het was uitgesneden: rood als
het 's ochtends was gemaakt,zwart als het in de namiddag
was vervaardigd. De valse gezichten konden genezing breng-
en en de maskers werden dan ook gebruikt bij genezingsri-
tuelen. De maskerdansen van de Kwakiutl, uitgevoerd in een
schaars verlicht gemeenschapshuis,waren enorm spectaculair.

De dansers maakten gebruik van een hele reeks theatertrucs:
stemmen die uit het vuur kwamen, allerlei gedaantes die uit
het rookgat in het dak neerdaalden, hoofden die werden afge-
hakt en er weer aangezet. De maskers en de bijbehorende ge-
zangen en dansen waren eigendom van een familie. De sjamanen
(medicijnmannen) die de zieken genazen en het dorp voor on-
heil behoeden, vormden een genootschap met eigen maskers.

Masker van de Haidas stam

Masker van de Kwakiute Indianen

Dit masker is onstaan uit een oude legende die vertelt
 hoe 'n man gebeten door vissen waanzinnig werd

Een mannenmasker, gesneden door 'n lid van de
Bellacoola stam, Brits Columbia,  Canada


Copyright Toine de Jongh.